Interview

“Mijn toekomstscenario’s zien er zowel boeiend als verontrustend uit”

Digitaal “De opmars van digitale technieken heeft de fotografie veranderd. Enerzijds zal de grafische, analoge fotografie blijven bestaan, anderzijds worden digitale technieken gebruikt om beelden te versterken of te veranderen. Mijn werk is wat ik noem een hybride mengvorm. Centraal thema is de telematische samenleving, een samenleving gedreven en gecontroleerd door informatie- en computertechnologie. Gebaseerd op hedendaagse wetenschappelijke en technologische ontwikkelingen, maar ook met fictie en fantasie, simuleer ik toekomstscenario’s die boeiend en verontrustend tegelijkertijd zijn, maar die mogelijk binnen de grenzen van de realiteit liggen”.

Blade Runner “Mijn werk is erg conceptueel, dus ik haal veel inspiratie uit literatuur, media filosofie van auteurs als Vilém Flusser, Jean Baudrillard, Paul Virillo, Francois Lyotard. Ook belangrijk voor mijn denken zijn de ideeën van Ray Kurzweil, uitvinder, zakenman en futurist die zich veel bezighoudt met de toekomst van wetenschap en techniek. Hij is ervan overtuigd dat in de nabije toekomst, zo rond 2050, de intelligentie van computers bovenmenselijk is geworden. De netropolis series zijn ook geïnspireerd op Fritz Langs speelfilm Metropolis uit 1926 en Ridley Scotts Blade Runner uit 1982, een visueel donkere productie tegen een toekomstig stedelijk decor, waarin de duisternis in combinatie met het felle neonlicht kenmerkend is voor de mystieke sfeer van het vervallen Los Angeles in 2019”.

Spannend “Meestal wordt mijn werk geëxposeerd in musea en galerieën. Toch past het op een lichtfestival als GLOW omdat licht de voornaamste bron is waardoor ik mijn fotografie en videokunst kan beoefenen. ‘The invisible city’ past binnen het thema Being Public vanwege het concept, het toont de constante verandering aan van een openbare ruimte die is gebouwd op datagegevens. Voor het eerst wordt ‘the invisible city’ geprojecteerd op een gebouw in de openlucht. Spannend! Ik hoop dat het festival publiek het leuk vindt….”